Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte

Ieder kind dat in België geboren is, er woont en opgevoed wordt, heeft in principe recht op kinderbijslag. Voorwaarde is dat één van de ouders onder de Belgische sociale zekerheid valt (dat wil zeggen hier werkzaam is of een uitkering ontvangt). Als ouder van een kind met een handicap heb je bovendien recht op een toeslag, bovenop het basisbedrag. In Vlaanderen heet deze toeslag ´Zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte` en is het onderdeel van het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag). Je doet aanvraag bij je uitbetaler van het Groeipakket. Dit zijn in Vlaanderen:

FONS, Infino, KidsLife Vlaanderen, MyFamily en Parentia.

Let op: Stelde je na 1 januari 2019 een hulpvraag via de intersectorale toegangspoort voor minderjarigen? Je krijgt de zorgtoeslag automatisch toegekend als je kind aan de voorwaarden voldoet. De arts, verbonden aan het multidisciplinair team waar je je vraag stelt, zal ook de beoordeling doen voor de zorgtoeslag. Zo hoeft je je kind niet aan te melden bij twee verschillende artsen.

De uitbetaler van je groeipakket geeft de aanvraag door aan Kind en Gezin. De ouders ontvangen vervolgens een vragenlijst. Als het dossier compleet is, worden de ouders en het kind uitgenodigd voor een gesprek bij een door Kind en Gezin erkende arts die de gevolgen beoordeelt van de specifieke ondersteuningsbehoefte. De arts stelt zelf geen diagnose, maar evalueert de handicap aan de hand van het driepijlersysteem:

Pijler 1

Pijler 1 bepaalt de gevolgen op lichamelijk en psychisch vlak, dat wil zeggen de aard van de handicap door medische ogen bekeken. Op deze pijler kan je kind maximum 6 punten krijgen. 4 punten op deze pijler is al voldoende om in aanmerking te komen voor de verhoogde kinderbijslag.

Pijler 2

Pijler 2 beoordeelt de zelfredzaamheid van je kind onderzocht op basis van 4 rubrieken:

  • leren, opleiding en sociale integratie;
  • communicatiemogelijkheden;
  • mobiliteit en verplaatsingsmogelijkheden;
  • lichaamsverzorging.Per rubriek kan je maximum 3 punten krijgen, dus een totaal van 12 punten.

Men houdt hierbij ook rekening met de leeftijd van je kind en de gangbare ontwikkeling. Het is bijvoorbeeld logisch dat een kind van 3 minder kan op gebied van lichaamsverzorging dan iemand van 11.

Pijler 3

Pijler 3 kijkt naar de gevolgen voor de familiale omgeving en de inspanningen die zij extra moeten leveren omwille van de handicap. Ook deze pijler bestaat uit verschillende rubrieken:

  • opvolging van de behandeling thuis gedurende tenminste 6 maanden;
  • de verplaatsing voor medische onderzoeken en behandelingen (tenminste 3 maanden);
  • de aanpassing van leefmilieu en leefwijze.

Ook hier kan je kind per rubriek maximum 3 punten krijgen. Deze rubriek telt dubbel. Hier kan je dus 18 punten op scoren.

In totaal kan je 36 punten bekomen. Om recht te hebben op verhoogde kinderbijslag moet je kind ofwel minstens 4 punten hebben op de eerste pijler ofwel minstens 6 punten scoren op de 3 pijlers samen. Het aantal toegekende punten bepaalt bovendien het bedrag van de verhoogde kinderbijslag:  hoe meer punten, hoe hoger het bedrag. De bedragen kun je hier terug vinden.

Het resultaat van het onderzoek wordt door Kind en Gezin aan je uitbetaler bezorgd. Waarop de uitbetaler vervolgens het bedrag voor de toeslag bepaalt.