Opinie - Thuismonitoring moet een middel zijn, geen doel
Wat het onderzoek van VIVES, in opdracht van GiPSo en STAN ons leert over de toekomst van inclusief wonen.
De studenten orthopedagogie van VIVES in Kortrijk onderzochten in opdracht van Trefpunt STAN en GiPSo in welke mate ouders (en andere van nabij betrokken personen) van kinderen met een verstandelijke handicap, gebaat zouden zijn met thuismonitoring. Dat is: het gebruik van digitale technologie voor het opvolgen van gezondheids- of leefpatronen in de woning. Bart Vertriest, coördinator van STAN Trefpunt Verstandelijke Handicap en GiPSo meent dat thuismonitoring voor sommige PMH mogelijkheden biedt om langer thuis te wonen en zelfstandiger te leven, kortom: om zorg toegankelijker en beheersbaarder te maken. Lees hier zijn opiniestuk.
De maatschappelijke uitdagingen zijn bekend. De vraag naar ondersteuning groeit, mantelzorgers worden ouder, de druk op de zorg neemt toe en steeds meer gezinnen stellen zich dezelfde vraag: "Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen met een verstandelijke beperking ook morgen veilig, zelfstandig, inclusief en betekenisvol kunnen wonen en leven?"
Vanuit GiPSo – Gids Inclusieve Projecten Sociaal Ondernemen – een nevenorganisatie van STAN Trefpunt Verstandelijke Handicap vzw, vertrekken we al jaren vanuit die vraag. Als netwerk die burgerinitiatieven en inclusieve woon- en leefprojecten ondersteunt, geloven we dat de toekomst niet ligt in grotere structuren, maar in sterkere gemeenschappen. In woonvormen waar mensen elkaar kennen, ondersteunen en samen verantwoordelijkheid opnemen.
Vanuit die overtuiging gaf GiPSo aan VIVES Hogeschool Kortijk de opdracht om te onderzoeken hoe ouders en familieleden van personen met een beperking kijken naar thuismonitoring* en zorgtechnologie binnen (toekomstige) woonvormen.
De resultaten zijn bijzonder, niet omdat ze ons vertellen welke technologie we moeten gebruiken maar wel omdat ze ons iets veel belangrijkers vertellen over wat gezinnen werkelijk nodig hebben.
Meer dan technologie
Het onderzoek toont aan dat veel ouders vandaag nog weinig vertrouwd zijn met het begrip thuismonitoring. Tegelijkertijd staan zij opvallend open om hierover meer te leren.Zij zien kansen op het vlak van veiligheid, autonomie en gemoedsrust. Maar even duidelijk geven zij aan dat technologie nooit de menselijke nabijheid mag vervangen. Dat is misschien wel de belangrijkste conclusie. Gezinnen vragen niet om minder mensen maar wel om meer mogelijkheden.
Mogelijkheden om langer thuis te wonen.
Mogelijkheden om zelfstandiger te leven.
Mogelijkheden om als ouder of mantelzorger de zorg langer vol te houden.
Thuismonitoring wordt daarbij niet gezien als een einddoel, maar als één van de hulpmiddelen die een inclusieve samenleving kunnen ondersteunen.
De bevestiging van wat ouders al lang vertellen
Wat ons bijzonder treft, is dat de resultaten van het onderzoek opvallend goed aansluiten bij de waarden die binnen Trefpunt STAN al jarenlang centraal staan.Trefpunt STAN, als ouder- en netwerkbeweging een eertijds oprichter van GiPSo, vertrekt vanuit drie eenvoudige maar krachtige principes:
Ontspannen. Inspannen. Samenspannen.
Die drie woorden vatten misschien beter dan welke beleidsnota ook samen wat gezinnen vandaag nodig hebben.
- Ontspannen
Veel ouders dragen een grote verantwoordelijkheid. Vaak jarenlang. Soms levenslang. Wanneer technologie op een verstandige manier wordt ingezet, kan ze bijdragen aan meer rust en gemoedsrust. Niet omdat ze zorg overneemt, maar omdat ze extra veiligheid biedt wanneer dat nodig is. Ontspannen betekent hier niet loslaten. Het betekent weten dat je er niet alleen voor staat.
- Inspannen
Inclusief wonen ontstaat niet vanzelf. Het vraagt inzet van gezinnen, bewoners, begeleiders, vrijwilligers, buurtbewoners en beleidsmakers. Het onderzoek toont dat ouders bereid zijn om mee na te denken over nieuwe vormen van ondersteuning. Zij willen betrokken worden, geïnformeerd worden en mee richting geven aan de keuzes die gemaakt worden. Dat is geen passieve houding. Dat is actief burgerschap.
- Samenspannen
Misschien is dit wel de belangrijkste boodschap van het onderzoek. Geen enkele technologie zal de uitdagingen van morgen alleen oplossen.
Ook niet de overheid.
Niet de zorgsector.
Niet de technologiebedrijven.
Niet de gezinnen.
De toekomst ontstaat wanneer we samen verantwoordelijkheid opnemen. Wanneer mensen met een beperking, families, burgerinitiatieven, kennisinstellingen, zorgorganisaties en overheden elkaar vinden rond een gedeelde ambitie. Dat is precies waar STAN/GiPSo voor staat.
De echte vraag gaat over wonen
Hoewel het onderzoek vertrekt vanuit thuismonitoring, gaat de onderliggende vraag eigenlijk over wonen. Hoe creëren we woonomgevingen waar mensen met een beperking zich thuis voelen? Hoe maken we kleinschalige woon- en leefprojecten duurzaam? Hoe ondersteunen we ouders die zich zorgen maken over de toekomst van hun zoon of dochter? Hoe zorgen we ervoor dat mensen met een beperking ook morgen deel kunnen uitmaken van hun buurt, hun gemeenschap en hun netwerk? Dat zijn de vragen die ons bezighouden. Thuismonitoring kan daarbij een hulpmiddel zijn. Niet meer. Maar zeker ook niet minder.
Een uitnodiging aan beleid en samenleving
De resultaten van dit onderzoek bevestigen dat gezinnen openstaan voor innovatie wanneer die vertrekt vanuit vertrouwen, keuzevrijheid en menselijke waardigheid. Vanuit GiPSo willen we daarom verder bouwen aan inclusieve woon- en leefprojecten waarin technologie, zorg, sociaal ondernemerschap en burgerschap elkaar versterken. Niet vanuit het idee dat technologie mensen kan vervangen. Wel vanuit de overtuiging dat technologie mensen kan helpen om langer verbonden te blijven met wat echt belangrijk is.
De toekomst van de zorg zal niet alleen bepaald worden door systemen of budgetten. Ze zal bepaald worden door de mate waarin we erin slagen te ontspannen, ons in te spannen en vooral samen te spannen.
Dat is de belangrijkste les die ouders ons vandaag meegeven. En misschien ook de belangrijkste opdracht voor morgen.
Bart Vertriest
Coördinator STAN-GiPSo
(*) Het systematisch digitaal opvolgen van gezondheids- of leefpatronen (bijv. via bewegingssensoren, slaapmonitoring of stressmeters zoals HUME) in de eigen woning. Voordelen zijn meer comfort en zelfregie; nadelen zijn privacy risico’s, angst voor hacking en technische drempels.
Het ‘Onderzoek thuismonitoring’ van de studenten Orthopedagogie VIVES Kortrijk, wordt later gecommuniceerd.