Informatie - 6 oktober 2026 om 10:00 - door Nica Broucke - 0 reacties

Verslag webinar ‘Toegankelijk en Veilig gamen’ met Kevin Descheemaeker

'Help mijn kind wil gamen'

Een kind dat gamet, zit niet noodzakelijk passief achter een scherm. Tijdens het webinar over veilig gamen laat Kevin Descheemaeker zien waarom kinderen graag spelen, welke kansen games bieden en waar ouders en begeleiders alert op moeten zijn. Vooral voor kinderen met cognitieve of lichamelijke uitdagingen maakt een passende keuze veel verschil. Lees hier het verslag.

Voor veel ouders begint het gesprek over gamen met dezelfde vragen: hoe lang mag mijn kind spelen? Met wie praat het online? En is dat spel eigenlijk wel geschikt? Kevin Kevin kent die vragen uit zijn werk bij Accessible Gaming, maar ook als vader en als gamer. Tijdens het webinar verwelkomt hij de deelnemers vanuit zijn eigen gameroom. De verzameling spellen achter hem maakt meteen duidelijk dat hij het onderwerp van binnenuit kent.

Kevin speelt al sinds zijn vijfde. Samen met zijn vrouw Julie is hij ook ouder van Rémi. Vanuit hun gezin ontstaan Accessible Gaming en Voor Rémi vzw, initiatieven waarmee zij gamen toegankelijker willen maken voor mensen met uiteenlopende uitdagingen. In zijn werk bezoekt hij gezinnen en voorzieningen, geeft hij advies en helpt hij bij het opzetten van speelplekken. Die ervaring vormt de basis voor een webinar waarin ouders en begeleiders zowel de mogelijkheden als de risico’s van gamen leren kennen.

Gamen is een nieuwe vorm van spelen

Kevin verklaart dat een deel van de aantrekkingskracht: een spel biedt vrijheid, maar ook een helder doel en de voldoening wanneer iets uiteindelijk lukt. Wie een level opnieuw probeert en vooruitgang boekt, ervaart dat oefenen resultaat kan hebben.

Daar komt het sociale aspect bij. Kinderen spelen omdat vrienden dat doen, praten over dezelfde spellen en willen meedoen. Voor anderen is vooral de voorspelbaarheid prettig. Een level blijft herkenbaar wanneer je het opnieuw speelt. Dat kan houvast bieden aan een kind dat moeite heeft met onverwachte situaties. Gamen is bovendien ontspanning. ‘Gamen is nu eenmaal een nieuwe vorm van spelen’, zegt Kevin.

Hij gaat daarmee in tegen het beeld van een kind dat niets doet zodra het voor een scherm zit. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat zo’, zegt hij. Spelers nemen beslissingen, oefenen handelingen, reageren op gebeurtenissen en werken soms samen. Kevin ziet tijdens zijn begeleide gamesessies geregeld dat een succeservaring in een spel iemand zelfvertrouwen geeft. Hij beschrijft hoe ouders achteraf soms ook buiten het spel verandering opmerken, bijvoorbeeld in de bereidheid om iets nieuws te proberen. Dat zijn ervaringen uit zijn praktijk, geen garantie dat ieder kind hetzelfde effect zal ondervinden.

Alleen spelen, samen op de bank of online

Om te begrijpen wat een kind doet, helpt het om onderscheid te maken tussen verschillende manieren van spelen. In een spel voor één speler volgt het kind doorgaans een verhaal of werkt het opeenvolgende opdrachten af. Bij spelletjes voor meerdere spelers kunnen twee mensen naast elkaar op de bank samenwerken, tegen elkaar spelen of via internet contact hebben met anderen.

Kevin noemt It Takes Two als voorbeeld van een spel waarin samenwerking centraal staat: spelers hebben elkaar nodig om verder te komen: je kunt geen spel uitspelen zonder dat je opdrachten samen doet.  Bij online spellen zoals Fortnite kan het gezelschap veel groter zijn. De interactie loopt daar vaak via een headset (een soort koptelefoon). Een ouder kan het spel dan wel zien, maar hoort niet vanzelf wat andere spelers tegen het kind zeggen.

Die verschillen zijn belangrijker dan het enkele woord ‘gamen’. Een rustig spel zonder internetverbinding stelt andere eisen aan een kind en aan het toezicht van ouders dan een snelle online-wedstrijd met onbekenden. Wie wil weten of een spel geschikt is, moet dus verder kijken dan de titel of de populariteit ervan op school.

Hoe weet ik of het spel geschikt is voor mijn kind?

Bij de keuze van een spel kijkt Kevin naar de PEGI-aanduidingen (Pan European Game Information). Die geven een aanbevolen minimumleeftijd en informatie over inhoud -  zoals geweld, angst, grof taalgebruik of aankopen binnen het spel. Ouders kunnen daarmee een eerste selectie maken.

Voor de gezinnen waarmee hij werkt, is de leeftijdsaanduiding volgens hem echter niet voldoende. Een spel kan qua inhoud passend zijn, maar door snelle beelden, ingewikkelde bediening of voortdurende tijdsdruk toch te veel vragen. Omgekeerd is een spel voor een kind meer geschikt wanneer de moeilijkheidsgraad omlaag kan, knoppen aangepast kunnen worden of een volwassene meespeelt.

 Zijn praktische checklist begint daarom bij vragen over het kind zelf:

  • Hoeveel handelingen zijn nodig?
  • Is het meteen duidelijk wat de bedoeling is?
  • Kan het spel op pauze worden gezet?
  • Zijn er plotselinge gebeurtenissen?
  • Is online spraakcontact nodig?
  • En kan het kind zelfstandig beginnen, verdergaan en stoppen?

Ook concentratievermogen, frustratietolerantie en de manier waarop een kind met emoties omgaat, tellen mee.

Minder prikkels en meer speelruimte

Bij cognitieve uitdagingen spelen prikkels, tijdsdruk en bediening mee.

Voor kinderen met cognitieve uitdagingen kompen geluiden, bewegende beelden en onverwachte gebeurtenissen allemaal tegelijk binnen. Als een spel bovendien vraagt om binnen enkele seconden op de juiste knop te drukken, kan plezier omslaan in spanning en frustratie. Kevin raadt daarom rustige spelmodi, een lage moeilijkheidsgraad en instellingen voor snelle acties aan. ‘Er zijn heel veel games waar je in gedropt wordt zonder uitleg’, zegt hij. Die passen minder goed bij een kind dat duidelijke instructies nodig heeft.

Hij geeft verschillende voorbeelden van wat een kind nodig kan hebben.

  • Voor een kind met autisme kunnen voorspelbaarheid en duidelijke doelen helpen.
  • Voor een kind met ADHD kunnen kortere sessies en heldere afspraken beter werken dan lang doorspelen.
  • Een kind met een verstandelijke uitdaging heeft mogelijk vooral baat bij eenvoudige bediening, duidelijke aanwijzingen en iemand die aanvankelijk meespeelt.

Dit zijn aandachtspunten voor een gesprek en een proefspel, geen vaste recepten per diagnose.

Kevin laat zien hoe zo’n keuze er in de praktijk uit kan zien met het spelletje Unpacking. In dat spel worden verhuisdozen geopend en voorwerpen in kamers geplaatst. De handelingen zijn overzichtelijk en het tempo ligt laag. Juist daardoor kan het ook samen worden gespeeld: de een pakt iets uit, de ander denkt mee over waar het hoort. Hij noemt daarnaast onder meer Captain Toad Treasure Tracker en spellen rond Yoshi als mogelijke opties. Bij Mario Kart maakt hij meteen een voorbehoud. Het is toegankelijk om samen te spelen, maar de snelheid en de vele visuele prikkels kunnen voor sommige kinderen te veel zijn.

Online contact? Praat erover.

Online spelen biedt contact, maar vraagt ook om afspraken.

Online spelen kan kinderen laten samenwerken en communiceren. Het is soms nodig om te praten met medespelers om een opdracht te volbrengen. Dit biedt volgens Kevin een kans om sociale vaardigheden en talen te oefenen. Tegelijk vertelt hij dat hij zelf al tijdens online wedstrijden vijandige of kwetsende opmerkingen heeft ervaren. ‘Niet elk kind begrijpt sarcasme of internettaal’, waarschuwt hij. Een kind kan zulke taal letterlijk opvatten en daar emotioneel op reageren.

Hij adviseert ouders om vooraf te bespreken wat een kind online over zichzelf mag vertellen en wanneer het hulp moet vragen. Vraag ook met wie het speelt. Dat hoeft geen ondervraging te zijn: belangstelling voor online vrienden kan het gemakkelijker maken om later over een negatieve of nare ervaring te vertellen.

Dichtbij zijn, blijft belangrijk, zeker wanneer een kind voor het eerst online speelt. Ouders hoeven niet voortdurend over een schouder mee te kijken, maar moeten wel kunnen opmerken wanneer een gesprek of wedstrijd uit de hand loopt. Ook moeten zij weten welk spel hun kind speelt en welke mogelijkheden voor contact erin zitten.

Regels werken beter als ze aansluiten op het spel

Kevin pleit voor duidelijke afspraken over speeltijd, schoolwerk, taalgebruik, online aankopen en spelen vlak voor het slapengaan. Ouders mogen volgens hem ook besluiten dat een bepaald spel niet geschikt is. Zulke grenzen zijn het duidelijkst wanneer ze vooraf worden afgesproken.

Maar tegelijk moet je natuurlijk ook rekening houden met de opbouw van een spel. ‘Maar blijf wel redelijk over tijdslimieten’, zegt hij. Midden in een online wedstrijd stoppen, kan vervelend zijn. Hij vergelijkt het met een kind van het voetbalveld halen voordat de wedstrijd is afgelopen. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Als dat rondje gedaan is, kom dan eten’. Een grens blijft dan een grens, maar moet uitvoerbaar zijn.

Bij de aankopen binnen spellen adviseert hij extra oplettendheid. Een betaalmiddel aan een account koppelen maakt volgende aankopen gemakkelijker. Wie een kind toch iets wil laten kopen, kan daar vooraf een bedrag en toestemming aan verbinden. Ouderlijk toezicht op consoles kan helpen om speeltijd, toegang tot inhoud en aankopen te begrenzen. Zulke instellingen nemen het gesprek over geld en spelregels niet over.

Voor ‘s avonds maakt Kevin onderscheid tussen rustige en opwindende spellen. Een intensieve wedstrijd met veel prikkels vlak voor bedtijd kan het moeilijk maken om tot rust te komen. Ook hier geldt volgens hem dat ouders moeten kijken naar het spel én naar de reactie van hun kind.

Wanneer plezier omslaat in frustratie

Niet ieder kind reageert hetzelfde op een game, en hetzelfde kind kan op verschillende dagen anders reageren. Kevin noemt toenemende frustratie, moeite met stoppen, slecht slapen en agressief gedrag als signalen om serieus te nemen. Soms is een kortere speelsessie voldoende. Soms vraagt de situatie om een ander spel, met minder tijdsdruk of minder prikkels.

Hij beschrijft ook een afspraak voor een korte pauze van vijf minuten wanneer emoties tijdens het spelen oplopen. Daarna kan het kind opnieuw proberen als het weer rustig is. Het doel is om een grens begrijpelijk te maken en het spelen niet automatisch voorgoed af te breken. Bij heftige boosheid of wanneer er met spullen wordt gegooid, is onmiddellijk ingrijpen nodig.

De oplossing ligt daarmee niet altijd in een algemene regel als ‘maximaal een uur’. Een kwartier kan voor het ene kind of spel al veel zijn, terwijl een ander kind langer ontspannen blijft spelen. Ouders en begeleiders kunnen kijken wat er gebeurt, de duur aanpassen en opnieuw bekijken of het spel nog past.

Voorbeelden van controllers en aangepaste bediening.

Tijdens de vragenronde, vertelt een moeder dat haar dochter door een lichamelijke beperking nauwelijks handvaardigheid heeft. Het gezin heeft al verschillende controllers geprobeerd. Zij vraagt of een opstelling met losse, grotere schakelaars een mogelijkheid kan zijn.

Kevin toont hoe een aangepaste controller functies kan verbinden met knoppen die op een bereikbare plaats staan. ‘Dan kun je die knop zetten waar je wilt’, legt hij uit. Zo kan een spel met een joystick en enkele grote knoppen worden bediend, afhankelijk van wat iemand kan bewegen. Voor de dochter (die het webinar meevolgt) kan hij nu geen kant-en-klare oplossing aanwijzen. Hij stelt voor om haar mogelijkheden, de opstelling en geschikte spellen samen te bekijken.

Iemand vanuit een leefgroep heeft een praktische vraag: hoe kun je meer bewoners laten gamen zonder meteen veel materiaal aan te schaffen? Het gesprek gaat over aanwezige consoles, het aantal spelers dat tegelijk kan meedoen en de kosten van extra controllers. ‘Mensen moeten eerst informatie krijgen vooraleer dat ze effectief gaan kopen’, benadrukt Kevin. Een toestel is pas bruikbaar als duidelijk is voor wie en waarvoor het wordt ingezet.

Conclusie: toon belangstelling en kijk naar de noden van het kind

Rode draad doorheen het webinar is eenvoudig samen te vatten: vraag het kind wat het speelt, hoe het werkt en waarom het leuk is. Wie zelf wil meedoen, kan een puzzel helpen oplossen of samen een spel uitproberen. Wie liever niet speelt, kan meekijken of achteraf een gesprek beginnen. Kevin raadt aan die belangstelling oprecht te tonen, op een moment waarop het kind ruimte heeft om te antwoorden.

Ga het gesprek met je kind aan, zodat je meer zicht krijgt op de inhoud van een game, dat is belangrijker dan een algemene discussie over schermtijd. Het maakt ook duidelijk waar een kind trots op is, wanneer iets moeilijk wordt en met wie het contact heeft. Zo worden afspraken over speeltijd, online gedrag en aankopen concreter.

Aan het einde van het webinar blijft vooral de vraag van de moeder met de moeilijk bedienbare controller hangen. Zij zoekt geen oordeel over hoeveel haar dochter mag gamen, maar een manier waarop zij überhaupt kan meespelen. Het antwoord vergt aandacht voor haar mogelijkheden, een passend spel en misschien een knop op een plek waar nog niemand aan denkt. Dat vat de boodschap van dit webinar perfect samen: veilig en toegankelijk gamen begint met begrijpen wat dit kind nodig heeft.

Nica Broucke

  • Info: alle afbeeldingen komen uit de presentatie ‘Help, mijn kind wil gamen’. hier als bijlage toegevoegd.
  • Op algemene aanvraag volgt een tweede deel van dit webinar waarin meer praktische tips worden gegeve. Datum tbc.
  • Website: www.accessiblegaming.be en www.voorremi.be

 

 

Documenten

Reacties

Plaats een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd