Informatie - 29 oktober 2026 om 18:00 - door Nica Broucke - 0 reacties

Verslag STAN Webinar 'Emotionele ontwikkeling bij personen met een verstandelijke handicap (deel 1)'

Moeilijk begrijpbaar gedrag begrijpen

Op dinsdag 20 oktober organiseerde STAN een druk bijgewoond webinar met Anouk van de Bovenkamp - de Vries over emotionele ontwikkeling. De focus lag op ‘Moeilijk begrijpbaar gedrag begrijpen’. Gedrag is immers een vorm van communicatie, een signaal dat past bij een bepaalde fase van emotionele ontwikkeling. Maar hoe leer je te begrijpen wat de persoon wil uitdrukken?

! De slides van de presentatie kun je onder het verslag downloaden. Net als ander materiaal (brochures etc.) die de presentatie verduidelijken.

OVER DE SPREKER

  • Anouk van de Bovenkamp werkt sinds 2017 als psychodiagnostisch medewerker bij een Nederlandse organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze ondersteunt er orthopedagogen bij het uitvoeren en interpreteren van diagnostiek.
  • In haar werk is ze zich steeds meer gaan verdiepen in wat cliënten emotioneel aankunnen. Emotionele ontwikkeling vormt daarbij een belangrijke leidraad. Haar uitgangspunt is dat zoeken naar de behoefte onder het gedrag vaak verrassende inzichten oplevert en een sleutel kan zijn tot het verminderen van probleemgedrag.
  • Sinds 2021 geeft Anouk scholing aan begeleiders in opleiding en aan teams over het herkennen van verschillende ontwikkelingsfasen en het vertalen daarvan naar het dagelijks handelen. Daarnaast is ze docent bij FORTIOR en SAM vzw/SEN-SEO Vlaanderen.

VERSLAG WEBINAR

Intro - Van gedrag corrigeren naar behoeften begrijpen

Waarom wordt iemand plots boos, trekt iemand zich terug of zegt iemand telkens opnieuw nee? Voor ouders, familie en begeleiders kan dit gedrag moeilijk te begrijpen zijn. In het webinar stond een andere manier van kijken centraal. Niet meteen vragen hoe we het gedrag stoppen, maar onderzoeken wat de persoon nodig heeft om zich goed, veilig en gewaardeerd te voelen.

“Wat heeft hij/zij nodig?”

Dat is de kern van het verhaal. Moeilijk begrijpbaar gedrag kan een signaal zijn van spanning, onzekerheid, overprikkeling, behoefte aan contact of verlangen naar zelfstandigheid. Begrijpen betekent niet dat alles zomaar kan: grenzen blijven nodig, maar ze moeten passen bij wat iemand emotioneel aankan.

Gedrag als signaal: de ijsberg

 

Anouk benadrukte dat precies hetzelfde gedrag naar heel verschillende behoeften kan verwijzen. Een “nee”, een schreeuw of een afwerend gebaar vertelt ons nog niet wat er aan de hand is. Bij mensen die zich met woorden kunnen uitdrukken, kunnen we de betekenis navragen. Bij anderen moeten we vooral observeren, hypotheses vormen en uitproberen wat helpt. Soms kunnen we gevoelens ook voorzichtig verwoorden: “Ik denk dat dit je bang maakt.” Dat is geen zekerheid, maar een uitnodiging om beter af te stemmen.

Anouk vertelde dat zij in haar werk in Nederland niet alleen de verstandelijke mogelijkheden onderzoekt, maar ook zelfredzaamheid en emotionele ontwikkeling. Iemand kan bijvoorbeeld prima de tafel dekken of zich aankleden, maar die vaardigheid op een moeilijk moment niet kunnen gebruiken. Dan is niet de vaardigheid verdwenen: de emotionele veiligheid ontbreekt. De aanwezigheid van een vertrouwde begeleider kan al genoeg zijn om het wél te laten lukken.

De ijsberg uit de presentatie maakt het onderscheid zichtbaar tussen wat we zien en wat verborgen blijft. Boven water zien we bijvoorbeeld roepen, weigeren, weglopen of terugtrekken. Onder water liggen gevoelens, gedachten en behoeften. Wie alleen het zichtbare gedrag probeert te veranderen, mist mogelijk de aanleiding.

Een persoon die roept wanneer er bezoek komt, kan last hebben van drukte of onverwachte geluiden. Iemand die telkens dezelfde vraag stelt, zoekt misschien vooral geruststelling. Het zijn mogelijke verklaringen, geen diagnoses: goed observeren en samen zoeken blijven noodzakelijk.

Emotionele ontwikkeling: wat kan iemand aan?

Een belangrijk onderscheid uit de toelichting: de genoemde ontwikkelingsleeftijden zijn vergelijkingen met behoeften uit de kinderlijke ontwikkeling. Ze betekenen niet dat een volwassene “een baby is”. Anouk waarschuwde expliciet voor die misvatting. We moeten volwassenen als volwassenen blijven benaderen en zoeken naar een leeftijdspassende manier om bijvoorbeeld rust, nabijheid of keuzevrijheid te bieden.

Ook vertelde ze dat mensen tussen behoeften kunnen wisselen. Bij ziekte, rouw, stress of een andere omgeving kan iemand tijdelijk veel meer steun nodig hebben. Dat geldt niet alleen voor mensen met een handicap. De fasen zijn dus geen vaste hokjes. Het schema in de slides, waarin fasen aan leeftijden en graden van verstandelijke beperking worden gekoppeld, zijn misschien wat verouderd, maar de kernvragen zijn bruikbaar.

Mensen ontwikkelen zich lichamelijk, verstandelijk, sociaal en emotioneel. Die gebieden lopen niet altijd gelijk. Iemand kan veel weten, goed praten of praktische taken zelfstandig uitvoeren en tegelijk veel hulp nodig hebben bij teleurstelling, angst of spanning. De vraag wat iemand emotioneel aankan is dus even belangrijk als wat iemand weet of kan.

Er moet ook aandacht zijn voor de levensgeschiedenis, de sociale context en mogelijke psychische of psychiatrische problemen. Emotionele ontwikkeling is één invalshoek binnen een breder beeld van de persoon. Anouk volgt daarbij het gedachtegoed van Anton Došen. Het gaat niet om een methode om gedrag te veranderen, maar om een andere manier van begrijpen en begeleiden.

Verwachtingen aanpassen

Anouk gebruikte het handmodel van het brein als beeld. Wanneer iemand sterk gespannen of bang is, overheerst de onmiddellijke overlevingsreactie (het reptielenbrein). Het vermogen om rustig na te denken, gevolgen te overzien of zich aan regels te houden, is dan moeilijker bereikbaar. Een lange uitleg of de vraag “Waarom deed je dat?” helpt op zo’n moment meestal niet. Eerst is het nodig om veiligheid en rust te herstellen. Pas daarna kan er weer ruimte ontstaan om samen verder te kijken.

“Gras groeit niet harder door er aan te trekken” kreeg daarbij een tweede betekenis: niet harder eisen dat iemand een vaardigheid toont, maar de voorwaarden scheppen waarin die vaardigheid tot uiting kan komen. ‘Een kind kan zichzelf misschien wel aankleden, maar heeft daar op sommige momenten nog een ouder dichtbij voor nodig’.

Ontwikkeling kun je niet afdwingen. Wie emotioneel weinig mogelijkheden heeft om zichzelf tot rust te brengen, is sterker afhankelijk van de omgeving. Te hoge verwachtingen kunnen spanning vergroten. De begeleider kan juist helpen door voorspelbaarheid, rust, passende grenzen en nabijheid te bieden.

De vijf fasen in één overzicht

Het schema geeft een overzicht van vijf fasen, maar Anouk vertelde dat de indeling in de praktijk uitgebreider kan zijn en dat de oude koppeling met de ernst van een verstandelijke beperking niet meer als vaste regel gebruikt wordt. De emotionele behoefte is niet hetzelfde als het verstandelijke niveau.

De slides onderscheiden vijf fasen. De genoemde leeftijden verwijzen naar ontwikkelingsperioden bij jonge kinderen en niet naar de werkelijke leeftijd van een volwassene met een verstandelijke handicap. Het model helpt om behoeften te begrijpen, niet om iemand te herleiden tot een leeftijd.

  • Fase 1 (adaptatie, 0–6 maanden): rust en prikkelregulatie.
  • Fase 2 (socialisatie, 6–18 maanden): nabijheid en vertrouwen.
  • Fase 3 (individuatie, 18 maanden–3 jaar): autonomie en speelruimte.
  • Fase 4 (identificatie, 3–7 jaar): initiatief en erkenning.
  • Fase 5 (realiteitsbewustwording, 7–12 jaar): zelfvertrouwen en erbij horen.

Het webinar legt vooral de nadruk op de eerste drie fasen.

Fase 1 – De prikkelfase: Breng jij mij tot rust?

In de eerste fase staat het verwerken van prikkels centraal. Geluid, beweging, verandering, lichamelijk ongemak of spanning kunnen snel overweldigend worden. De persoon heeft weinig mogelijkheden om zichzelf te reguleren. Wanneer de spanning te hoog wordt, kunnen vechten, vluchten of verstijven volgen. Dat is niet noodzakelijk een bewuste keuze, maar kan een reactie op te veel prikkels zijn.

De begeleider/ouder neemt hier actief verantwoordelijkheid voor veiligheid en rust. Een herkenbare dagstructuur, vertrouwde personen en een voorspelbare omgeving helpen. Vertel wat je doet en wat er gaat gebeuren. Let op vroege signalen van onrust en grijp in voordat de spanning verder oploopt. Verwacht op zo’n moment geen inzicht, empathie of reflectie.

Wanneer het misloopt, kan de begeleider tijdelijk overnemen, begrenzen of iemand uit de situatie halen. Anouk raadt straffen af en benadrukt dat ook bij een noodzakelijke time-out nabijheid belangrijk blijft.

Extra voorbeelden

Anouk benadrukt dat het niet enkel om te veel prikkels gaat. Ook te weinig prikkels kan iemand uit balans brengen. Het gaat erom de prikkels passend te doseren. Soms is een kledingetiket, kou, een moeilijke houding of een verandering van ruimte al voldoende om spanning te veroorzaken. De vraag wie precies begeleidt, is in deze fase vaak minder belangrijk dan hoe die persoon rust en veiligheid biedt.

Een concrete tip is de omgeving aanpassen voordat er strijd ontstaat. Als een voorwerp telkens problemen oplevert, kan het verstandiger zijn het weg te halen dan steeds opnieuw “niet aankomen” te zeggen. Vertel kort wat je doet, zonder iemand te overladen met woorden.

Fase 2 – De hechtingsfase: Zie je mij staan? Kan ik jou vertrouwen?

In deze fase staat de relatie met ‘belangrijke anderen’ centraal. De persoon zoekt bevestiging: ben je beschikbaar, kom je terug, kan ik op je rekenen? Veel aandacht vragen, iemand volgen of grenzen testen kan voortkomen uit onzekerheid over die relatie. Wat als claimend wordt ervaren, kan een behoefte aan veiligheid en vertrouwen uitdrukken.

De begeleiding/ouder zoekt een evenwicht tussen voldoende nabijheid en het geleidelijk verdragen van afstand. Zeg duidelijk wanneer je weggaat en terugkomt. Kom afspraken na, wees consequent in grenzen en bied nieuwe kansen na een moeilijk moment. Structuur en aangepaste verwachtingen blijven belangrijk. Bij spanning: maak de situatie veilig, los het samen op en vermijd confronteren of straffen.

“Zeg wat je doet en doe wat je zegt.”
“Samen zorgen we dat het lukt.”

De cirkel van veiligheid

Anouk verwijst naar de “cirkel van veiligheid”: iemand zoekt een vertrouwd persoon op om bij te tanken, durft daarna weer iets te verkennen en keert terug wanneer de spanning stijgt. Een ouder of begeleider kan die beweging ondersteunen door betrouwbaar te zijn. Bijvoorbeeld: “Ik doe even de afwas en kom daarna terug.” Het is belangrijk dat dit ook echt gebeurt.

Bij een wissel van begeleider kan een warme overdracht helpen. De vertrouwde persoon geeft als het ware vertrouwen door aan de volgende. Dat neemt de behoefte aan nabijheid niet weg, maar kan de overgang veiliger maken.

Fase 3 – De ik-fase: Wat mag ik zelf bepalen?

In de derde fase groeit de behoefte aan autonomie. De persoon wil zelf kiezen, proberen en beslissen, maar heeft nog vaak ondersteuning nodig. Daardoor kunnen verzet, frustratie en het testen van grenzen ontstaan. Een weigering kan hier betekenen: ik wil het zelf doen. Niet elke tegenwerking is dus een afwijzing van de relatie of van de activiteit.

De begeleider biedt veilige speelruimte: bijvoorbeeld kiezen tussen twee passende opties. Vermijd een machtsstrijd, zoek een aanvaardbaar compromis en bied hulp discreet aan. Bespreek het gedrag, niet de waarde van de persoon. Positieve bevestiging ondersteunt het zelfbeeld. Bij een conflict kan het helpen om een grens rustig te benoemen en de beslissing waar mogelijk bij de persoon te laten.

“Ik zorg dat jij het zelf gaat kunnen.”

Zelf beslissen, met onzichtbare steun

Anouk gebruikte een bezoek aan de tandarts als voorbeeld. De afspraak staat vast, maar iemand kan misschien kiezen of hij te voet of met de fiets gaat. Ook bij het aankleden, brood smeren of een activiteit starten, kunnen kleine echte keuzes veel verschil maken. De begeleider bepaalt het veilige kader en helpt zo discreet mogelijk, zodat de persoon het gevoel heeft zelf iets bereikt te hebben.

In de slides staat dat straffen en belonen in deze fase enig effect kunnen krijgen. Tijdens het webinar nuanceert Anouk: zij zou er niet snel voor kiezen. Ook hier blijft de eerste vraag welke behoefte achter het gedrag schuilgaat. Spreek iemand aan op het gedrag, niet op zijn waarde als persoon. Zeg bijvoorbeeld welke woorden of handelingen niet kunnen, maar maak tegelijk duidelijk dat de relatie veilig blijft.

Dezelfde “nee” kan drie betekenissen hebben

Een sterk praktisch voorbeeld uit de presentatie is de reactie op “NEE!!”.

  • In fase 1 kan nee betekenen: de prikkels zijn te veel, help me afschermen.
  • In fase 2 kan nee betekenen: zie je mij wel, blijf je bij me?
  • In fase 3 kan nee betekenen: ik wil het zelfstandig doen.

De reactie moet daarom aansluiten bij de behoefte en niet alleen bij het woord dat iemand zegt.

Wat kunnen ouders en familieleden hiermee?

  • Bij aankleden, maaltijden, bezoek, veranderingen in de planning en persoonlijke verzorging kunnen spanningen ontstaan. Het helpt om niet alleen naar de reactie te kijken, maar ook naar wat er net voordien gebeurde. Was er te veel drukte? Werd iemand onzeker? Was de verwachting te hoog? Was er behoefte aan een vertrouwd gezicht of juist aan meer eigen keuze?
  • Ook de eigen houding verdient aandacht. Wie gehaast of bezorgd is, reageert soms strenger dan bedoeld. Rustig blijven, duidelijk spreken en voorspelbaar handelen kunnen een groot verschil maken. Ouders, familie en professionele begeleiders kunnen samen zoeken naar wat werkt. Een gedeeld begrip van behoeften maakt ondersteuning herkenbaarder en betrouwbaarder.
  • Begrijpen is niet hetzelfde als alles toelaten. Soms moet je onmiddellijk begrenzen om iedereen veilig te houden. Maar de manier van begrenzen verschilt: prikkels verminderen, geruststellen of keuzevrijheid geven zijn drie heel andere antwoorden op uiterlijk vergelijkbaar gedrag.

Vragen (selectie)

Een van de deelnemers aan het webinar, een psycholoog, vroeg wat Anouk precies bedoelde met de uitspraak dat iemand in de eerste fasen niet verantwoordelijk is voor het eigen gedrag. Dat is een gevoelige vraag, zeker wanneer volwassen mensen grenzen overschrijden. Anouk verduidelijkte dat dit niet betekent dat begeleiders verantwoordelijk zijn voor iemands strafbare handelingen. Haar punt is dat iemand in een situatie sterk vanuit impulsen en behoeften kan reageren en dat begeleiding niet mag blijven steken in verwijt. De praktische vraag is dan: hoe hadden we dit kunnen voorkomen, en welke ondersteuning is nodig om veiliger gedrag mogelijk te maken?

Er kwam ook een vraag over agressie bij personen met een sensorische en verstandelijke beperking. Een begeleider beschreef ernstig bijtgedrag bij iemand in de hechtingsfase. Anouk benadrukte dat de veiligheid van iedereen vooropstaat. Soms moet iemand uit de situatie worden gehaald. Bewegen of wandelen kan bij sommige mensen helpen om spanning te reguleren; in de hechtingsfase kan samen nabij blijven belangrijker zijn. Dat zijn mogelijke ingangen, geen recepten. Bij gebruik van een veilige afzonderlijke ruimte moet contact en beschikbaarheid behouden blijven. Het mag geen straf of afwijzing van de persoon worden.

Anouk gaf daarbij eerlijk aan dat zij geen pasklaar antwoord heeft: een persoon is altijd complexer dan alleen zijn emotionele ontwikkeling. Bij ernstige agressie zijn een individuele analyse en een gezamenlijk veiligheidsplan noodzakelijk.

Tot besluit

Het webinar nodigt ons uit om verder te kijken dan het zichtbare gedrag. Emotionele ontwikkeling helpt om passende verwachtingen te stellen en ondersteuning beter af te stemmen. In de prikkelfase staat rust centraal; in de hechtingsfase vertrouwen; in de ik-fase autonomie. Door achter het gedrag naar de behoefte te zoeken, kunnen we bijdragen aan meer veiligheid, erkenning en levenskwaliteit. De vraag die je je altijd moet stellen is:

“Wat heeft hij/zij nodig?”

 

Op 17 november volgt het tweede deel van dit webinar.  Dan zal met videofragmenten en concrete situaties gewerkt worden: welk gedrag zien we, welke behoefte zou erachter kunnen zitten en welk effect heeft de reactie van de begeleider? Inschrijven via deze link. Vragen over dit webinar? Mail naar christine.stanczyk@trefpuntstan.be.

Documenten

Reacties

Plaats een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd
Enter your website address