Iedere bewoner van een voorziening heeft recht op bezoek. Er wordt een bezoekregeling uitgewerkt op papier door de zorgaanbieder, in overleg met het personeel en het collectief overleg. De directie verspreid informatie over de bezoekregeling naar het personeel, de personen met een handicap en hun naasten. Deze bezoekregelingen kunnen verschillen van zorgaanbieder tot zorgaanbieder, en binnen de zorgaanbieder zelf van campus tot campus en leefgroep tot leefgroep.

De volgende principes worden gevolgd:

  • Elke persoon met handicap die dat wil, heeft recht op bezoek behalve in geval van besmetting met COVID-19 of gedurende lopende quarantainemaatregelen.
  • Bezoek is toegelaten binnen de beperkingen die de federale richtlijnen opleggen. Dat geldt voor het aantal sociale contacten, de te volgen veiligheidsmaatregelen en de activiteiten die onder het bezoek kunnen plaatsvinden. Binnen de voorziening blijft de leefgroep gelijkgesteld met een gezinssituatie. Dat betekent dat een gebruiker buiten de leefgroep en het gezin samen, nog evenveel bijkomende nauwe en niet-nauwe contacten mag hebben als elke andere burger.
  • Elk bezoek wordt op voorhand afgesproken en geregistreerd.
  • Enkel in het kader van een uitbraak kunnen bijkomende beperkingen op de bezoekregeling opgelegd worden (bv. beperkingen in tijdsduur, dagen van de week …). Ook in geval van uitbraak in een voorziening is er minimaal één bezoeker per gebruiker per week toegelaten (die bezoeker kan wisselen conform de federale richtlijnen), behalve wanneer hij zelf besmet is met COVID-19 of als er voor hem nog lopende quarantainemaatregelen zijn. Zeer uitzonderlijk en beperkt in de tijd kan een bezoekverbod gelden, bijvoorbeeld om de bezoekregeling bij te stellen.
  • Bezoek aan palliatieve gebruikers moet ook in geval van een uitbraak mogelijk blijven.

Lees hier het gehele informatiebericht.